Dutch Arabic Belarusian Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) English Estonian French German Hebrew Indonesian Italian Japanese Persian Polish Portuguese Russian Spanish

Ledensectie



Eerste Mariniersbataljon
Geschreven door Marcel   
zondag, 27 december 2009 14:49

Het Eerste Mariniersbataljon (1-Marnsbat) kan, net als alle andere eenheden van de Groep Operationele Eenheden Mariniers, worden ingezet voor nationale taken, ceremoniële verrichtingen of het verlenen van bijstand in geval van rampen of dreiging daarvan.

Tevens kan de eenheid worden ingezet voor NAVO- of VN-taken. 1-Marnsbat vormt de kern van de bijdrage van het Korps Mariniers aan de United Kingdom/Netherlands Landing Force (UK/NL LF). Dit is een permanent samenwerkingsverband van Britse en Nederlandse mariniers en bestaat sinds 1973.

Voornaamste bestandsdeel van de UK/NL LF is een Britse mariniersbrigade, 3 Commando Brigade Royal Marines. Tijdens oefeningen of ernstinzet worden de Nederlandse marinierseenheden hieraan toegevoegd.

Onderstaande tekst is ontleend uit het artikel "Bewegen en overleven in de bergen", welke is verschenen in de "Defensie krant" van 21 oktober 2004

  • Eerste MariniersbataljonEerste Mariniersbataljon

EERSTE MARINIERSBATALJON WIKKELT BERGTRAINING AF

 Bewegen en overleven in de bergen

HARSTAD (NO) - In het noorden van Noorwegen, in de buurt van Harstad,bekwaamden eenheden van de Groep Operationele Eenheden van het Korps Mariniers zich vanaf begin september in het opereren én overleven in de bergen. Tijdens de zogenoemde Mountain Movement and Survival Course liepen de mariniers één- plus meerdaagse bergmarsen en brachten ze aangeleerde vaardigheden in de praktijk tijdens de groots opgezette eindoefening Skjold Freedom. Afgelopen vrijdag keerde de hoofdmacht weer terug naar Nederland.

In principe doorloopt iedere marinier na zijn basisopleiding in Nederland zowel de berg- als de wintertraining. Door operaties in Irak en Liberia vond de laatste trainingscyclus echter plaats in 2002. Het Eerste Marinierbataljon kende daardoor een groot aantal ‘novices’: mariniers die niet eerder deze cyclus doorliepen. Het belang van de trainingen in de bergen werd tijdens operaties waaraan het korps in de afgelopen jaren deelnam, keer op keer aangetoond. De vaardigheden die de mariniers opdoen voor het overleven, bewegen en vechten onder extreme klimatologische omstandigheden, blijken een perfecte basis te vormen voor optreden waar dan ook ter wereld.

EENHEIDSTRAINING
“Het doel van de training is naast het opleiden van ‘novices’ ook werken aan eenheidstraining”, vertelt trainingsofficier kapitein der mariniers Jan Willem van Dijk. “De eerste week leerden we de mariniers de basic skills and drills van het opereren
en overleven in de bergen, waarbij ook theorielessen op het programma stonden.”

Het gebied rondom Harstad, waar normaalgesproken alleen de wintertraining plaatsvindt, vormde dit jaar voor de eerste keer het toneel voor de bergtraining. In deze periode van het jaar, wanneer de grens tussen ijzige kou en neerstriemende regen dun is, zorgden de weersomstandigheden voor een prima decor bij het afwerken van de training. Normaal gesproken vindt de voorbereiding op Noorwegen, de zogenoemde ‘prebergtraining’, plaats in Nederland of Luxemburg. Door het drukke programma van de eenheden, gebeurde dit nu echter ter plekke. “In deze korte opwerkperiode boden we de mannen een theoretische basis over - onder meer - de bergen, marsdisciplines en koudweerblessures”, licht de kapitein toe. “Ook beoefenden ze tijdens een standdag het schieten,
het oversteken van rivieren en het klimmen en afdalen.”

FUNEST
Nadat de mariniers de theorie onder de knie hadden, werd het in de tweede fase van de training tijd voor een kennismaking met de praktijk. De basiselementen als verplaatsen, bivakkeren en overleven, beoefenden ze tijdens, achtereenvolgens, een-, twee- en driedaagse marsen op geaccidenteerd terrein, overdag maar ook ’s nachts. Daarnaast kwamen de specifieke oefeningen met klim- en afdaaltechnieken in deze fase weer aan bod. Nadat de mannen hadden leren bewegen en overleven in de bergen, moesten ze hun vaardigheden in praktijk brengen tijdens een tactische oefening op compagniesniveau (in totaal met 105 man). Dit gebeurde
door middel van verkennings- en gevechtspatrouilles, hinderlagen plus aanvallen.

Marinier 1 Anton de Jong, een verbindelaar, was een van de vele novices die de training doorliepen. Tijdens de eerste marsen hadden hij en zijn collega’s geluk met het weer. Horizontaal neerstriemende regen - niet aangenaam voor de mannen, maar wel trainingswaarde verhogend - bleef op dat moment nog achterwege, zodat De Jong deze marsen zonder grote problemen doorliep. “Toen het later wel meer en meer ging regenen en je voor je neus wéér een top zag opdoemen, dan kreeg je het wel zwaar hoor. Met name de driedaagse mars, met volledige, derdelijns bepakking, viel me soms best tegen. Vele kilometers legden we af en de hoogste top lag op duizenddertig meter. Ook liepen we een nachtmars, waarbij je niet eens ziet waar je je voeten neerzet. Funest voor je enkels is dat zeker.” De jonge marinier - wiens bergervaring tot dan toe uit wandelingen in Luxemburg bestond
- had het soms erg zwaar, al lopend over onhandige schapenpaadjes en klauterend over rotsen. Toch wist hij zonder grote blessures de training af te ronden.

UITDAGENDE MISSIE
De omgeving van Harstad en kamp Asegarden, waar het bataljon de intrek nam, bood voldoende ingrediënten om een uitdagend programma in elkaar te zetten. In het ruige en hoge terrein, te vergelijken met Schotland, konden lange en afwisselende routes gelopen worden. Het ontbreken van wandelpaden deed daarbij een beroep op de navigatiekwaliteiten van de mariniers. De training kreeg met de grootse eindoefening Skjold Freedom een passend einde. In het scenario beschikte het Eerste Mariniersbataljon over twee area’s of responsebility (AOR). De eerste AOR bevond zich in de omgeving van Harstad, de andere ruim tweehonderd kilometer verderop, in Mauken, waar het landschap inmiddels bedekt was met een laagje sneeuw.

Om de oefening zo strak mogelijk te laten verlopen, organiseerde de bataljonsstaf vooraf een wargame, waarbij het scenario met alle spelers - onder wie ook de Noorse Coastal Rangers die vriend én vijand speelden - werd doorgenomen. Het visualiseren van het scenario gebeurde met behulp van maquettes. Nadat alles tot in de kleinste details was doorgenomen en het weer steeds killer werd, verruilden de compagnieën de tijdelijke thuisbasis Asegarden voor een gure, maar ook uitdagende 120 uur durende missie.

De vierdaagse eindoefening deed niet alleen een groot beroep op de fysieke en mentale gesteldheid van de mariniers, maar ook op de kennis en kunde van de zeesoldaten. Majoor der mariniers Jan ten Hove: “Het doel van de oefening was niet alleen ‘lang, hoog en ver’, maar ook de eenheden uitgespreid over de bergen zelfstandig laten werken. De compagnies- en pelotonscommandanten moesten goede orders en briefings geven en de kazerneroutine werd doorbroken: de mannen moesten eten en slapen wanneer dat kon. We probeerden een creatief en afwisselend programma neer te zetten, waarbij ook een stukje onzekerheid kwam kijken, door de snelle wisseling van activiteiten. In de zogenoemde ‘adrenalinefase’ van de oefening bleef het voor de eenheden zaak om scherp te blijven. Flexibel zijn, werken aan de teamprestatie.

Een goede planning en evaluatie bleken daarbij erg belangrijk.” Nadat de rust in het roerige Kingdom of Nortroms en de Federation of Baltic States - aldus het scenario - vakkundig werd hersteld, keerden de mariniers met veel opgedane kennis terug naar Nederland. Vlak na het winterverlof zal het bataljon echter weer terugkeren naar Noorwegen. Ditmaal voor het tweede deel van de cyclus: de wintertraining. Deze Winter Warfare Course duurt zo’n acht weken en vangt aan in januari 2005.

Bron: Koninklijke Marine

 

Laatst aangepast op zondag, 27 december 2009 16:00