| Michiel Adriaanszoon de Ruyter - 24 maart 1607 - 29 april 1676 |
| Geschreven door Marcel |
| zondag, 27 december 2009 11:54 |
|
Op 24 maart 2007 was het 400 jaar geleden dat Michiel Adriaenszoon de Ruyter in Vlissingen werd geboren. Zijn vader sjouwde biervaten in de haven van Vlissingen. Als kind moest Michiel de kost verdienen met wieldraaien bij een touwslagerij. Zijn glorieuze maritieme loopbaan van bootsjongen tot bevelhebber bracht De Ruyter de hoogste roem, adellijke titels en uiteindelijk zijn dood. Op 11-jarige leeftijd, op 3 augustus 1618, ging hij als hoogbootsmansjongen voor het eerst naar zee. Hij werd op een latere reis door de Spanjaarden gevangengenomen, ontsnapte en liep met een paar kameraden terug naar Nederland. Al op 15-jarige leeftijd had hij zich opgewerkt tot schipper, de hoogste onderofficiersrang op een schip.
In 1622 kwam hij onder de hoede van een broer van zijn moeder, die "ruiter" was in het leger van Prins Maurits. Met zijn oom nam hij als konstabel of busschieter (een woord dat zowel een musketier als een kanonnier kon aanduiden) deel aan de strijd rond het Beleg van Bergen op Zoom. Hij nam deel aan het ontzet van de stad, waar de familie van zijn moeder vandaan kwam, op 2 oktober 1622. Op 16 maart 1631 trouwde de eenvoudige matroos met Maria Velters. Dit eerste huwelijk was echter van korte duur, want nog datzelfde jaar kwam Maria bij de geboorte van een dochtertje, dat Alida werd genoemd, te overlijden. Op 20 juni 1640 werd De Ruyter door de stadhouder en stedendwinger Frederik Hendrik tot kapitein, met de rang van schout-bij-nacht, op de “haze”benoemd. Dit schip maakte deel uit van een vloot, welke onder Arnout Gijsels werd uitgerust om de Portugezen tegen Spanje te steunen. In januari 1652 trouwde De Ruyter op 45-jarige leeftijd met Anna van Gelder, de weduwe van een van Lampsins kapiteins. Hij had ogenschijnlijk genoeg van het zeemansleven en wenste uit zorg voor zijn kinderen en het verlangen om een huiselijker leven te kunnen leiden meer aan wal te blijven. Anna schonk Michiel twee dochters. Lang duurde dat rustige leventje niet. In juli 1652 bereikte hem van de Zeeuwse admiraliteit het verzoek om weer in dienst van het land te treden. In 1653 aanvaardde Johan de Witt het ambt van raadspensionaris. Evenals De Ruyter was hij een man met grote vaderlandsliefde die geen jaloezie of hebzucht kende. Het was De Witt die De Ruyter tot vice-admiraal van de Hollandse vloot benoemde. Michiel kwam daarmee in permanente dienst van de admiraliteit van Amsterdam. Johan de Witt en Michiel de Ruyter wisten de Staten van Holland te overtuigen dat "de dooreenmeniging van zeesoldaten met gewone landsoldaten schadelijk was gebleken voor de dienst ter zee". Op grond hiervan besloten de Staten van Holland op 10 december 1665 tot oprichting van een "Regiment de Marine". Tussen 1667 en 1672 werd De Ruyter zeer tegen zijn zin door Johan de Witt thuisgehouden om te voorkomen dat hij zou sneuvelen. In november 1669 overleefde De Ruyter een moordaanslag: een aanhanger van Tromp probeerde hem met een broodmes in de hal van zijn huis te doden. De op religieus gebied tolerante De Ruyter werd, al hield hij zich buiten de politiek, als een medestander van De Witt gezien. Dat maakte hem in veler ogen tot een tegenstrever van de Oranjes. Tijdens de Derde Nederlands-Engelse Oorlog voorkwam De Ruyter zowel in het rampjaar 1672 (Slag bij Solebay) als in 1673 (dubbele Slag bij Schooneveld en Slag bij Kijkduin) dat de gecombineerde Franse en Engelse vloot, hoewel numeriek superieur, op de Zeeuwse of Hollandse kust kon landen. Hij maakte daarbij handig gebruik van de vele ondiepten voor de kust en van de richting waaruit de wind woei. Ter onderstreping van De Ruyters functie temidden van de vele luitenants-admiraal die de Republiek toen kende (elke admiraliteit had er wel een), werd hij in februari 1673 bevorderd tot luitenant-admiraal-generaal. In 1674 werd de Vrede van Westminister gesloten, waarmee een einde kwam aan de oorlog tussen Nederland en Engeland. De beide partijen kwamen overeen dat men zou terugkeren tot de vooroorlogse toestand. Ook Keulen en Munster sloten vrede, Frankrijk weigerde vrede te sluiten en bleef doorvechten. In 1676 raakte hij tijdens de Slag bij de Etna door een kanonskogel gewond aan zijn rechter been, dat verbrijzeld werd, en aan zijn linkervoet, waarvan het voorste deel werd afgeschoten. Hij overleed een week later in de Baai van Syracuse aan wondkoorts, aan boord van van het oorlogschip d'Eendraght. Het lichaam werd gebalsemd en naar Nederland teruggebracht. Als teken van respect liet de Franse Koning bij het langsvaren van de Eendraght saluutschoten afvuren. Toen admiraal De Ruyter in 1676 was gesneuveld kreeg hij het traditionele eerbewijs voor een vlootvoogd gesneuveld in een gewonnen zeeslag: een praalgraf bekostigd door de Staten-Generaal of het Admiraliteitscollege waaronder hij gediend had. In het geval van admiraal De Ruyter werd het een tombe met beeldhouwwerk van Rombout Verhulst in het koor van de Amsterdamse Nieuwe Kerk. Het grafschrift, vervaardigd door Nicolaas Heinsius, noemt de overledene “de schrik des Groten Oceaans”en verkondigt dat zijn nagedachtenis straalt ïn smetteloze luister”. |
| Laatst aangepast op zondag, 27 december 2009 12:34 |